Tegenstellingen (niveau 1)

Flits-oefening

Tegenstellingen flitsen voorbij.
Noem de tegenstelling en druk op 'Volgende'.
Goed; druk op 'Verwijder'. Fout; druk op 'Volgende'.
aanuit
achtervoor
kleingroot
natdroog
goedfout
binnenbuiten
allesniets
altijdnooit
ziekgezond
dikdun
duurgoedkoop
armrijk
hardzacht
jongenmeisje
makkelijkmoeilijk
linksrechts
mooilelijk
ochtendavond
oomtante
opaoma
begineind
binnenlandbuitenland
blijbedroefd
bovenbeneden
broerzus
dagnacht
damesheren
dichtopen
dichtbijveraf
donkerlicht
doodlevend
drukstil
eerstelaatste
ernaervoor
etendrinken
gevennemen
halfheel
heenterug
heetkoud
hierdaar
hooglaag
iemandniemand
inuit
inganguitgang
janee
knapdom
kortlang
koudwarm
laaghoog
laatsteeerste
langzaamsnel
latervroeger
leegvol
lekkervies
lichtzwaar
manvrouw
mannelijkvrouwelijk
maximaalminimaal
meerminder
modernouderwets
mondelingschriftelijk
navoor
nietwel
nieuwoud
omhoogomlaag
opaf
op tijdte laat
oudjong
somsaltijd
staanzitten
vadermoeder
veelweinig
vergrotenverkleinen
viesschoon
vluglangzaam
voordeelnadeel
vroeglaat
winterzomer
witzwart
zoetzout
etendrinken
komengaan
openensluiten
pratenzwijgen
trouwenscheiden